
Op de productielijn blijken onregelmatige oppervlakken en diepe uithollingen altijd een voordeel te hebben ten opzichte van een standaard UV-lamp. Hierdoor blijft er onverhard inkt achter in de schaduwzones – het resultaat zijn plakkerige oppervlakken, oneffenheden en veel afval. We hebben een systeem met koude kathodes ontwikkeld om dit probleem op te lossen. Hierdoor kan de energiedistributie beter worden geregeld, in plaats van alleen te focussen op de totale uitvoer.
Wat technisch gezien belangrijk is: Koude kathode-UVC-lampen werken bij lage temperatuur en leveren een zeer precies spectrum van licht op. Hierdoor kan de intensiteit van het licht op specifieke plekken nauwkeurig worden geregeld. De fotoinitiator krijgt dus een constante hoeveelheid fotonen, zodat de koppeling tussen de moleculen gelijkmatig plaatsvindt, zelfs op plekken waar reflectoren of complexe contouren anders voor lage intensiteiten zouden zorgen. De piekintensiteit kan worden aangepast zodat dunne inktlagen niet te veel worden blootgesteld aan licht. Bovendien maakt de geometrie van de lamp het mogelijk om dichter bij het oppervlak te komen. Dit zorgt voor een grotere effectieve invalshoek en minder schaduwen.
Waarom het in de praktijk werkt: Wanneer je gebruikmaakt van gekoppelde UV-elementen voor het printen van onregelmatige onderdelen, kun je het systeem zo instellen dat de energie precies op de belangrijkste oppervlakken terechtkomt. Er zijn geen ‘dode zones’ meer. Je krijgt consistente resultaten, zelfs op plekken met variabele diktes. Ook wordt de snelheid waarmee de inkt wordt verhard, verminderd. Bovendien gaat de koude kathode snel aan en uit, zodat je korte tijdsspannen kunt gebruiken zonder dat er thermische vertraging optreedt.
De praktische details: De uitvoer hangt af van de afstand tussen de lamp en het oppervlak, de geometrie van de reflectoren en andere factoren. Daarom moet het systeem eerst goed worden geconfigureerd, met behulp van metingen met een spectralmeter, een goed bepaalde dosismap en een documentatie van de levensduur van de lamp. Vermijd een te grote afstand tussen de lamp en het oppervlak; zorg er ook voor dat de stroomvoorziening voldoet aan de vereisten van de lamp. Plan regelmatige controles met een spectralmeter, zodat de activatie van de fotoinitiator consistent blijft.